Mensen hebben 46 chromosomen (23 paren) in ieder cel. Van deze
erven we er 23 van onze moeder en 23 van onze vader. Wetenschappers
hebben de chromosomen genummerd van de grootste (chromosoom 1) tot
de kleinste (chromosoom 22). Het laatste paar zijn de geslachtschromosomen
die worden aangeduid met XX (voor vrouwen) en XY (voor mannen).
Iedere chromosoom bestaat uit twee armen, waarbij de ene arm
(aangeduid met de letter p) korter is dan de andere (aangeduid
met de letter q). In figuren wordt de korte arm gewoonlijk aan
de bovenkant getekend. Ten behoeve van wetenschappelijke communicatie
is iedere chromosoom weer opgedeeld in een aantal gebiedjes die met
nummers aangeduid worden.
Iedere chromosoon bestaat uit een lange streng DNA. Op deze strengen
komen genen voor, ieder op hun eigen specifieke plaats. Omdat de
chromosomen in paren komen (afgezien van de geslachtschromosomen bij
mannen) hebben we van ieder gen er twee. Men schat dat ieder menselijke
cel ongeveer 30.000 paren genen bevat.
Ieder gen bevat een recept over hoe een bepaalde proteïne
gebouwd moet worden van aminozuren. Somige proteïnen, zoals
bijvoorbeeld keratine, waar ons haar van is gemaakt, dienen
als bouwstenen voor ons lichaam. Andere proteïnen zijn enzymen
die er voor zorgen dat bepaalde chemische reactie plaatsvinden,
zoals bijvoorbeeld bij het verteren van ons voedsel. Weer andere
proteïnen, bekend als hormonen, verzorgen de communicatie tussen
cellen onderling.
Ons lichaam bevat vele verschillende cellen waarin niet allemaal
dezelfde proteïnen aanwezig zijn. Dit komt omdat niet alle genen
actief zijn in iedere cel. Er zijn ook genen die alleen tijdens
een bepaalde levensfase actief zijn. In iedere cel speelt zich
een complex proces af van het activeren en deactiveren van genen.
In het geval we een verkeerd aantal chromosomen hebben (zoals
bijvoorbeeld bij het syndroom van Down) of als er mutaties zijn
opgetreden in het genetisch materiaal, kan het gebeuren dat
de genen niet op de juiste manier worden geactiveerd en gedeactiveerd.
Als een bepaald gen ontbreekt kan de bijbehorende proteïne niet
geproduceerd worden. Ook wanneer een gen maar op een van de twee
chromosomen voorkomt, kan dit een probleem vormen omdat er te
weinig van een bepaalde proteïne wordt geproduceerd. Ook als
een gen te vaak voorkomt, leidt dit vaak tot problemen, doordat
het gen bijvoorbeeld niet correct wordt gedeactiveerd en actief
blijft wanneer het niet meer zou moeten. Ook kan het voorkomen
dat beschadigde genen leiden tot beschadigde proteïnen die minder
goed werken.