Artikelen uit de nieuwsbrieven
Verslag vierde Kabukidag
Frans Faase
Nieuwsbrief nummer 5, januari 2001
Hierbij het verslag van de vierde Kabuki dag
zoals die op 23 september 2000 werd gehouden
in Maarn.
Els Vergouwen opende dag met een welkom en heette daarbij
in het bijzonder de drie nieuwe families, die van Jolana
(33 jaar), Ferry (13 jaar), en Carmen (12 jaar).
Presentatie van Dr. Curfs
Hij begon met de opmerking dat hij blij was om te zien
dat het Netwerk groeide.
Het doel van het onderzoek dat Dr. Schrander en hij
aan het doen zijn, was om de psychologische en
gedragskenmerken (behavioral phenotype) vast te stellen.
Bij dit onedrzoek is vooral aandacht voor taalbeheersing
en cognitieve vaarigheden.
Over de taalbeheersing
Dr. J van Borsel en Dr. T. DeFloor hebben
het onderzoek
naar de taalvaardigen uitgevoerd. Dat onderzoek richten zich op:
- Articulatie: Of de klanken correct geproduceerd
worden en hoe dat gebeurd in de zinsopbouw.
Of het voorkomt of klanken nog onvolledig worden gevormd.
- Stem: Het gebruik van de ademhaling in de stem
en afwijkingen in de toonhoogte.
- Vloeiendheden: Of er vloeiend wordt gesproken bij
het spreken van hele zinnen.
Bij het onderzoek naar de taalvaardigheden komen ook
cognitieve vaardigheden naar voren door te letten op
aspecten zoals de verstaanbaarheid, de grammatica beheersing,
en gebruikte zinsstructuren.
De waarnemingen van de onderzoeken die in het afgelopen
jaar op een aantal Kabuki kinderen zijn uitgevoerd,
worden op dit moment verwerkt. Volgend jaar zullen de
resultaten van het onderzoek gepresenteerd worden en
daarna ook in een medisch tijdschrift gepubliceerd worden.
Tot nu toe is er weinig bekend over taal- en spraakontwikkeling
bij kinderen met het Kabuki syndroom.
In de literatuur wordt alleen algemene opmerkingen
gemaakt over de taal- en de spreekvaardigheden. Er
worden enkel lostaande opmerkingen geplaatst in de
trant van "een lage stem", of: "achterstand in
de ontwikkeling".
Belangrijkste probleem die genoemd worden, zijn
een slechte articulatie, een sterke neusklank bij het
spreken (hypernasaliteit) en een lage stem.
Over taal wordt geschreven dat zowel de passieve
als actieve taalbeheersing vertraagt is. Daarbij is het
vaak zo dat de spraakbeheersing verder achter loopt
op het taalbegrip.
Het ontbreekt dus aan specifieke informatie over de
taalbeheersing. Ook is het de vraag of er spraken is van
een duidelijk taalprofiel bij Kabuki kinderen.
Er zijn erg grote persoonlijke verschillen.
Ook is het niet duidelijk of onderzoekers voldoende
rekening hebben gehouden met persoonlijke omstandigheden,
zoals hypernasaliteit, gehoorproblemen en gebit.
Om deze reden is het belangrijk om heel gerichte studie
hierna te doen. Vandaar dat er ook logopedisten mee doen
in het onderzoek. De resultaten zullen volgend jaar gepresenteerd
worden.
Over het cognitieve functioneren
De belangrijkste reden voor het onderzoek naar het cognitieve
functioneren is de vraag hoe je de cognitieve functies kunt
stimuleren.
Veel van de onderzoeken die tot nu toe zijn uitgevoerd
op grotere groepen Kabuki patiënten richten zich vooral op
de medische aspecten. Over de cognitieve aspecten
wordt meestal alleen in algemene termen gesproken.
Bijna iedereen vind, soms forse, mentale achterstanden.
De vraag is in hoeverre deze onderzoeken een reële
weerspiegeling vormen. Werden niet alleen de meest ernstige
kinderen bekeken?
Tot nu toe zijn er in het onderzoek dat Dr. Schrander en hij
uitvoeren acht kinderen onderzocht. Hierbij worden ook
de medische aspecten in acht genomen. Er is tot nu toe maar een
voorlopige conclusie mogelijk: de achterstanden lopen uiteen
in ernstigheid (Variable manifestation.)
Algemene (voorzichtige) conclusies zijn dat een sterk punt
de taalvaardigheden zijn en dat het visueel-ruimtelijk inzicht
vaak slechter is, maar misschien komt dit ook door de
achterstand in de motorische ontwikkeling.
Je ziet bij de volwassen dat de meeste dagelijkse
taken zonder problemen uitgevoerd worden.
Over de wetenschappelijke aandacht voor het syndroom
Wetenschappelijk is er weinig aandacht voor
het kabuki syndroom. Op medisch gebied wordt er wel
gericht medisch onderzoek gedaan.
Waarom wordt er weinig onderzoek gedaan naar een bepaald
syndroom? Of een syndroom vaak voorkomt speelt zeker
een rol. De eigen inbreng van de ouders speelt ook een
belangrijke rol. Een actieve oudervereniging kan
daar verbetering in brengen. Het Kabuki Netwerk lijkt
daar nu te slagen.
Een voorbeeld hiervan is het Prader-William syndroom.
Toen er in 1991 voor het eerst een internationale
bijeenkomst van ouders was, waren er maar vijf landelijke
netwerken bekend. Twee jaar geleden was de derde
internationale bijeenkomst. Nu zijn er 52 landen
aangesloten. Het werk van de nieuwsbrief is daarom
zo belangrijk.
Reacties op de presentatie
De ouders merken op de kinderen wel een heel goed
ruimtelijk geheugen hebben. Als ze eenmaal ergens
zijn geweest, weten ze er de weg. Dr. Curfs merkt op
dat wij als ouders de kinderen het beste kennen.
Een ouder van een van de onderzochten kinderen merkte
op dat haar kind sinds ze een bril en gehoorsapparaat
heeft gekregen erg voor uit is gegaan. De vraag was
of dat misschien geen reden was om het onderzoek
opnieuw uit te voeren. Dr. Curfs merkte op dat de
onderzoeksresultaten gerelateerd worden aan de
medische aspecten.
Een andere vraag was of er nog vergelijking gemaakt met
andere syndromen? Dr. Curfs antwoorde dat als je de
gegevens verzamelt hebt je inderdaad kunt gaan
vergelijken met andere syndromen. Els merkte op dat
Non-verbal Learning Disability (NLD) ook bij veel
Kabuki kinderen voorkomt. NLD is niet specifiek voor
het Kabuki syndroom. De expert op dit gebied heeft ook
al belangstelling getoond voor het Kabuki syndroom.
(Zie ook het later artikel Intelligentie bij het Kabuki syndroom.)
Afsluiting
Ze zijn volop bezig met het verwerken van de resultaten.
Een aantal mensen heeft al een persoonlijk verslag van
het onderzoek ontvangen. Een aantal andere nog niet, omdat
de gemaakte videoopnamen nog een keer bekeken moeten worden.
Omdat er mensen van verschillende instituten betrokken zijn
bij het onderzoek, is het vaak moeilijk om een goede planning
te maken.
Op dit moment doen er tien Nederlandse en een viertal
Belgische kinderen mee aan het onderzoek. Misschien dat
er in het najaar noge een aantal kinderen onderzocht worden.
Op dit moment zijn er 18 kinderen bekend in Nederland.
De sheets van de presentatie zullen verspreid worden.
Presentatie Dr. Schrander
Ze begon met de opmerking dat NLD niet een medische aandoening is.
Allereerst nam ze de nieuwste medische
publicaties door en vertelde
over de congressen die zij bezocht heeft.
Vooral haar poster over de samenwerking tussen kinderartsen
en clinische genetici met de titel "Where do they meet?" was
een succes.
Naar aanleiding van een opmerking die iemand op een van
de congressen had gemaakte, stelde ze ons de vraag of
onze kinderen ook met half geopende ogen sliepen. Circa
40% van de aanwezige gaf daarop een positief antwoord.
Ook werd opgemerkt dat die bij het ouder worden overgaat
en dat sommige kinderen als gevolg hiervan met oogontstekingen
kampen.
In de volgende nieuwsbrief zal zij verslag doen van de
publicaties en de congressen.
De lunch
Zoals gebruikelijk was er weer ruim tijd voor de
eenvoudige maar uitgebreide lunch: broodjes met
van alles er op. Een prima gelegenheid om weer eens
met de andere ouders bij te praten over de vorderingen.
Kring gesprek
's Middags zijn we als ouders weer in een grote
kring gaan zitten. We hebben een rondje gemaakt
waarbij de ouders van ieder Kabuki kind iets vertelde
over de geschiedenis en de problemen waarmee ze
worstelde. Die varieerde van vragen over het onderwijs
tot het aanvragen van een Persoons Gebonden Budget.
Over het algemeen hebben Kabuki kinderen problemen
met het zinderlijk worden. Sommige zijn echter al
heel vroeg zinderlijk, juist misschien wel vanwege
de tactiele gevoeligheid.
Verschillende ouders merkte op dat de consistentie
van de ontlasting vaak overeen kwam met die van het
voedsel. Je zou haast denken dat de darmen ook
leiden onder de hypotonie en de normale darmbewegingen
veel minder sterk zijn. Dit zou ook de verstoppingsproblemen
waar sommige kinderen mee worstelen kunnen verklaren.
Sommige kinderen hadden problemen met het eten van
vlees en de korstjes van het brood omdat ze vanwege
het schots en scheef staan van de kiezen niet
goed konden kauwen.
Opnieuw werd bevestigd dat Kabuki kinderen een goed
geheugen hebben, vooral voor afspraken. Afspraken hebben
een soort magische geldingsdrang. Je moet dus uit kijken
met het maken van beloften, omdat ze vaak problemen hebben
met het begrijpen waarom iets niet door kan gaan als het
al beloofd was.
Het kring gesprek werd afgesloten met de traditionele
groeps foto. Helaas waren er al een aantal gezinnen
vanwege verplichtingen elders naar huis gegaan. Misschien
dat volgend jaar de groepsfoto op een eerder tijdstip
moet gedaan worden.
Afsluiting van de dag
De dag werd afgesloten met nog wat drinken. Volgend
jaar vieren we ons lustrum. Dat zal dus zeker een
bijzondere dag worden. Misschien dat er dan een medische
fotograaf meekomt om de kinderen te fotograferen die
aan het gedragsonderzoek hebben gedaan. Het zou ook
kunnen dat er bloed geprikt gaat worden om genetisch
materiaal te verzamelen om de genen te vinden die
verantwoordelijk zijn voor het veroorzaken van het
Kabuki Syndroom.

NKS home page ||
Feiten over Kabuki ||
Naslag materiaal ||
Discussielijst
Gerelateerde pagina's ||
Professionele adviesraad ||
Over het NKS
Bedankt voor Uw bezoek
© 2003, Netwerk Kabuki Syndroom.
|