Het gedragswetenschappelijk onderzoek vindt plaats in het
verlengde van de patientenzorg en kan getypeerd worden met
termen als 'praktijkgericht onderzoek' en 'dienstverlenend
onderzoek'. Met het onderzoek wordt gepoogd een brug te slaan
tussen vragen waar ouders en hulpverleners in de dagelijkse
opvoedingspraktijk mee worden geconfronteerd en de praktijk
van de reguliere patientenzorg. In zekere zin kan gesproken
worden van een 'verwetenschappelijking van de patientenzorg'
voorzover deze betrekking heeft op cognitie en gedrag van
personen met het Kabuki syndroom. In de letterlijke zin van
het woord is in feite geen sprake van onderzoek, maar van
patientenzorg, Gedrag en cognitie worden bij verschillende
personen met de aandoening binnen het kader van patientenzorg
op eenzelfde systematische wijze in beeld gebracht. In een
latere fase kunnen, mede op basis van eerste verzamelde
gegevens, de mogelijkheden bestudeerd worden voor indiening en
financiering van een formele onderzoeksaanvraag bij
subsidie-verstrekkende instanties.
Nu ligt sterk de nadruk op het systematisch in beeld brengen
van de mogelijke kenmerkende eigenschappen van de aandoening.
De aandacht is daarbij gericht op de vraag of bij het Kabuki
syndroom wel gesproken kan worden van een 'behavioural phenotype'
ofwel in hoeverre kan het gedrag geduid worden als typisch voor
het syndroom. Anders geformuleerd wordt het Kabuki syndroom niet
alleen gekenmerkt door min of meer karakteristieke lichamelijke
bijzonderheden (dysmorfieën) maar ook door typische gedragsprofielen.
Inzicht in syndroomgebonden gedrag is om tal van reden van belang.
Niet in de laatste plaats vanwege de aanknopingspunten voor
diagnostiek en verbetering van de kwaliteit van hulpverlening.
Door bijvoorbeeld het tijdig onderkennen van verhoogde risico's
voor gedragsproblemen en bijzonderheden in het verstandelijk
functioneren kunnen onnodige problemen bij opvoeding en
begeleiding vermeden worden. Goede inhoudelijke informatie
over de aandoening en het verloop in de tijd van de aandoening
is een belangrijke bron van ondersteuning bij opvoeding en
stimulering van de ontwikkeling van de kinderen. Met dergelijke
informatie kan beter dan voorheen geadviseerd worden over
begeleiding en aanpak en geanticipeerd op het beloop van de
aandoening
Het onderzoek vindt plaats in Tilburg op de universiteit van
Brabant en neemt min of meer een hele dag in beslag. Voor deelname
ontvangen de ouders een schriftelijke uitnodiging. Gestart wordt
met het neuropsychologische onderzoek, aansluitend vindt onderzoek
naar taal en spraak plaats. Met behulp van een door de ouders in
te vullen vragenlijst en het door ouders laten sorteren in hoeverre
kaarten met voorbedrukte uitspraken al dan niet typerend zijn voor
hun kind wordt getracht inzicht te verwerven in gedragsprofiel en
persoonlijkheid.
Van het neuropsychologische onderzoek en taalonderzoek worden
video-opnamen gemaakt. Voor het neuropsychologische onderzoek
is dit van belang om de manier van werken van het kind in
ogenschouw te nemen. Deze opnamen worden nadat het verslag is
gemaakt en de gegevens zijn gepubliceerd vernietigd, tenzij
daartoe in overleg met ouders anders wordt besloten. De opnamen
voor het taalonderzoek vormen het basismateriaal voor de analyses
van spraak- en taalkarakteristieken. Deze opnamen worden eveneens
na bewerking en publicatie van de gegevens vernietigd, met
uitzondering van de audio-tapes voor eventuele aanvullende
technische taalanalyses in een latere fase.
Van het taalonderzoek en (neuro-)psychologische onderzoek krijgen
ouders een individueel verslag, een afschrift hiervan gaat in het
patientendossier van de Stichting Klinische Genetica Zuid-Oost
Nederland. De gegevens van de vragenlijst en sorteertaak worden
geanonimiseerd verwerkt. De hiertoe afzonderlijke ingevulde
formulieren worden eveneens in het betreffende patientendossier
opgeborgen.
Voor het dossier-beheer van de Stichting is de wettelijke
regelgeving van toepassing met als uitgangspunt de waarborging
van de privacy van ouder en kind.
Kortom, individueel onderzoeksmateriaal voor zover niet van belang
voor individuele patientenzorg wordt na publicatie vernietigd,
geanonimiseerde onderzoeksbestanden waarbij geen mogelijkheden
zijn tot herleiding naar een individu blijven bij de onderzoeker.
Het is belangrijk dat de gegevens over de onderzochte groep van
kinderen beschikbaar gesteld worden voor anderen. Dit gebeurt door
publicaties over de verschillende onderzochte aspecten in
wetenschappelijke tijdschriften. Gepubliceerde gegevens zijn
daarin niet herleidbaar tot individuele personen. Voor foto's,
indien van toepassing, wordt nadrukkelijk apart schriftelijk om
toestemming gevraagd. Dit is ook de 'policy' van wetenschappelijke
tijdschriften en zonder meer gebruik bij de Stichting Klinische
Genetica Zuid-Oost Nederland.
In het kontaktblad worden ouders op de hoogte gehouden van het
verloop van het onderzoek en de verzamelde resultaten.