Artikelen uit de nieuwsbrieven


Het Kabuki Syndroom: Medische aspecten

Dr. C. Schrander-Stumpel
Stichting Klinische Genetica Zuid-Oost Nederland, Maastricht.

Nieuwsbrief nummer 2, april 1999

Het Kabuki syndroom is sinds 1981 in de medische literatuur bekend maar de herkenning van patiënten buiten Europa op enige grotere schaal dateert van eind jaren '80 begin jaren '90. De Japanse dokters Niikawa en Kuroki herkenden het beeld in verschillende delen van Japan en schreven gelijktijdig elk een artikel over 5 kinderen. Zij noemden het syndroom Kabuki make up syndroom omdat de uiterlijke kenmerken van de kinderen hen deden denken aan de opmaak van de Kabuki acteurs. In Europa zeggen we tegenwoordig Kabuki syndroom. In de literatuur zijn nu meer dan 75 niet-Aziatische patiënten bekend en meer dan 100 Aziatische patiënten. In werkelijkheid zullen er veel meer mensen met deze syndroom diagnose bestaan. De diagnose is nog niet te bevestigen met een bloedtest of een andere test. De diagnose is gebaseerd op klinische kenmerken in 5 categorieën: het gelaat, de gestalte, de ontwikkeling, het skelet, en de huidlijnen. Vooral de eerste drie en dan met name het gezicht bepalen het klinische vermoeden. Aan de gelaatstrekken valt op dat de oogspleten breder dan normaal zijn hetgeen vooral aan het profiel duidelijk zichtbaar is. De kinderen, als ze niet van Aziatische herkomst zijn, zien er als het ware wat Oriëntaals uit. De wenkbrauwen zijn wat boogvormig met wat minder haar aan de zijkanten voor de oorschelp kan een pitje zichtbaar zijn. Er is vaak een open verhemelte, soms ook een open lip en kaak. De gestalte is in de regel kleiner dan normaal; de meeste kinderen worden wel met een normale lengte geboren. De ontwikkeling wordt als mild tot matig vertraagd beschreven (zie verder). Aan het skelet worden vooral handafwijkingen gezien: een korte pink bij in het algeheel kleine handen. Aan de vingertoppen worden foetale vetophopingen gezien. De huidlijnen van handen en vingers kunnen een specifiek patroon vertonen maar in de praktijk werken we hier bijna niet meer mee. Meer dan de helft van de kinderen heeft veel infecties, vooral op keel-, neus- oorgebied. Als het onderzocht is, is de afweerfunctie bij de meeste kinderen normaal, bij sommige kinderen gestoord. Bij driekwart van de niet-Aziatische kinderen wordt een spierslapte (hypotonie) gezien met ook losse gewrichten, zelfs soms gewrichten die uit de kom schieten (bijv. de heupen). Bij ongeveer eenderde van de kinderen komt een hartgebrek voor; vooral afwijkingen aan de aorta (de lichaamsslagader) zijn vaak voorkomend. Een kwart van de kinderen heeft urogenitale afwijkingen; hier moet speciaal met een nierecho naar gezocht worden. Ongeveer 10% van de kinderen heeft epilepsie. Als er een scan van de hersenen is gemaakt kunnen er kleine afwijkingen gezien worden die in het algemeen niet specifiek zijn; zo zijn de hersenkamers (de ventrikels) wel eens te wijd. Wel heeft ongeveer 20% van de kinderen een kleine schedelomvang.

Medische begeleiding.

Na de geboorte wordt een baby altijd gewogen en gemeten en wordt de schedelomtrek genoteerd. Als er een aangeboren afwijking gezien wordt, zoals een open verhemelte, zal de kinderarts naar bijkomende orgaanafwijkingen zoeken. Een hypotonie (slapte) van de baby zal opvallen en voedingsproblemen zullen opvallen. Als er een open lip en/of verhemelte is zal het schisisteam uit de regio betrokken worden.

De eerste jaren is aandacht voor groei en ontwikkeling belangrijk. Bij twijfel omtrent de ontwikkeling is het zinnig om een psychologische/ pedagogische test te laten doen en waar nodig stimulatietherapie in te zetten. Het gehoor is van groot belang voor de spraakontwikkeling. Een audiogram is dus belangrijk en een goede keel- neus- oorbehandeling , als er infecties zijn. Daarbij is het van belang te weten dat in het kader van Kabuki syndroom aangeboren afwijkingen van het binnenoor gepubliceerd zijn. Ook is van belang dat de kinderen goed kunnen zien en moet bij twijfel onderzoek door de oogarts plaatsvinden. Er zijn een aantal kinderen met Kabuki syndroom en oogproblemen bekend. De schoolse opvang moet op geleide van het ontwikkelings- en gedragsprofiel van het kind gekozen worden. De eerste jaren zal de motore ontwikkeling beperkt kunnen zijn vanwege de slapte van het kind; deze gaat voorbij maar vereist wel specifieke aandacht van fysiotherapeut en zonodig orthopaed, revalidatiearts etc.

De oorzaak van Kabuki syndroom.

Er is nog geen oorzaak bekend voor het Kabuki syndroom. Wel wordt gedacht aan een chromosoomafwijking die nog niet met de gangbare technieken te zien is. Er zijn een aantal publicaties over kinderen/volwassenen met een chromosoomprobleem die qua uiterlijk lijken op mensen met het Kabuki syndroom (we noemen dit het Kabuki phenotype). Het duidelijkst valt dit op bij meisjes met een afwijkend X-chromosoompatroon, bijv. meisjes met een Turner syndroom (45,XO). Als men deze publicaties echter kritisch bekijkt dan zijn er wel verschillen en is het niet reëel om bij deze mensen een diagnose van Kabuki syndroom te stellen.

Dr. Niikawa gaf in een E-mail door dat zijn laboratoriumstaf bezig is met onderzoek naar de oorzaak. We zullen hierover uiteraard contact houden.

Erfelijkheid

De meeste kinderen met Kanbuki syndroom zijn de eerste en enige in de familie. Ouders hebben in de regel dus een laag herhalingsrisico op een volgend kind met Kabuki syndroom. Soms echter lijkt een vader of een moeder sterk op het kind en zijn er vroeger medische problemen bij die ouder geweest die passen bij het syndroom. Er zijn inmiddels enkele betrouwbare publicaties over ouders (een vader of een moeder) en kinderen met Kabuki syndroom. Tot op heden zijn meer moeders met Kabuki syndroom bekend die een kind met hetzelfde dan vaders. Het is dus reëel om rekening te houden met een mogelijke overdracht van ouder op kind; dit geldt voor de kinderen met het syndroom als zij later zelf aan kinderen toe zijn. Deze manier van overerven heet autosomaal dominant. Dit betekent dat een volwassen persoon met Kabuki syndroom bij elke zwangerschap 50% kans heeft om een zoon of dochter met Kabuki syndroom te krijgen. Het beeld kan variëren van mild (in een gezonde ouder), tot ernstig (bij een kind met aangeboren afwijkingen). Bij de mildste uiting van het syndroom wordt een typisch gelaat gezien en soms een kleine gestalte (kleiner dan de broers, zussen en de ouders).

Zolang de oorzaak in de chromosomen c.q. DNA onderzoek nog niet bekend is, is het niet mogelijk om met een prenatale test onderzoek te doen in een zwangerschap. Voor de kinderen van nu wordt geadviseerd om later nog eens te informeren naar de meest recente inzichten over de erfelijkheid dan.

Ontwikkeling en gedrag bij personen met Kabuki syndroom.

Kort samengevat is hierover in de medische literatuur tot op heden weinig bekend. In het algemeen wordt een milde tot matige ontwikkelingsvertraging beschreven met uitzonderingen naar boven (normale ontwikkeling) en beneden (ernstige verstandelijke handicap). Soms wordt een korte opmerking gezien waarbij de term "autistische kenmerken" wel eens valt. Er kon slechts één publicatie gevonden worden van Ho en Eaves in het tijdschrift "Developmental Medicine and Child Neurology" in 1997 (volume 39, pagina's 487-490). In dit artikel werden vier kinderen van verschillende etnische groepen beschreven met Kabuki syndroom. Zij laten een variabel beeld zien van leerproblemen, een verstandelijk probleem en een autistisch gedragsprofiel. Dit artikel is via het netwerk op te vragen.

NKS home page || Feiten over Kabuki || Naslag materiaal || Discussielijst
Gerelateerde pagina's || Professionele adviesraad || Over het NKS

Bedankt voor Uw bezoek
© 2003, Netwerk Kabuki Syndroom.