Artikelen uit de nieuwsbrieven
Medisch nieuws over het Kabuki syndroom
Dr. J.J.P. Schrander
Prof. Dr. C. Schrander-Stumpel
Stichting Klinische Genetica Zuid-Oost Nederland, Maastricht.
Nieuwsbrief nummer 8, najaar 2003
20 september jl., op de 6e landelijke Kabuki Netwerk dag werd
besproken wat er afgelopen twee jaar over het syndroom is
gepubliceerd; daarnaast werd de rol van de kinderarts als
coördinerend begeleider toegelicht. De artikelen zijn bij
het Netwerk Kabuki Syndroom bekend en
opvraagbaar.
Medische publicaties
Dr. Niikawa zelf en een Japanse collega (zie
referentie) schreven een historisch
overzicht over hun ervaringen zo'n 20 jaar na de eerste beschrijving.
Zij gaan ook in op de naamgeving: in Japan is de term Kabuki
make-up gerespecteerd voor het syndroom. In Europa kijken we
hier anders tegenaan en is de naam Kabuki syndroom geworden.
Hier speelt een cultureel verschil.
Dr. Wessels uit Rotterdam met collega's (zie
referentie) publiceerden een groot
literatuuroverzicht met tabellen hoe vaak alle kenmerken bij
de mensen met Kabuki voorkomen; kleine kanttekening bij dit
artikel is dat ook alle publicaties zonder foto's, dus zonder
controlemogelijkheid, meegenomen werden.
Er verschenen twee artikelen over de combinatie van Kabuki
syndroom en een heel klein oor met afwezige gehoorgang aan
één kant.
Twee andere publicaties vestigen de aandacht op de
tandafwijkingen en de configuratie van de lippen. Een van deze
twee is in de orthodontische literatuur, dus daarmee krijgt
het syndroom wat meer bekendheid bij tandartsen en orthodontisten.
Dan was er een publicatie over iemand met Kabuki syndroom en
insuline-afhankelijke diabetes (zie
referentie), en een over een kind van 2
jaar met de combinatie van Kabuki syndroom en acute lymfatische
leukemie. Bij deze meldingen is de vraag of het Kabuki syndroom
met de andere aandoening te maken heeft of niet. Het wordt
gemeld en als er veel van deze gevallen gemeld worden is het
misschien iets om in de gaten te houden, maar voor nu zijn er
nog geen consequenties.
Een ernstige aandoening van de lever waarbij de galafvoer
onvoldoende of zelfs afwezig is, lijkt wel vaker bij Kabuki
syndroom voor te komen. Dit wordt bij pasgeboren baby's
opgemerkt doordat zij erg geel worden.
Hoe staat het met onze eigen studies?
In de medische studie zijn 20 personen met Kabuki syndroom
opgenomen, de meeste vanuit het netwerk, een paar van daar
buiten. In een grote tabel staan de kenmerken van deze 20
personen vermeld met een percentage van voorkomen van elk
kenmerk. Vervolgens is in een tabel vergeleken of onze groep
van 20 personen met de literuurgroep van 306 personen
verschilt of dat de kenmerken goed overeenkomen. In het
algemeen komen de kenmerken goed overeen. De literatuurgroep
is zo kritisch mogelijk bekeken: alleen publicaties die in
onze ogen betrouwbaar zijn en liefst met foto's om zelf de
klinische diagnose te kunnen bevestigen. Uit al deze gegevens
bij elkaar is samengevat wat de belangrijkste aandachtsgebieden
in de controles bij de diverse dokters zouden moeten zijn. We
hebben deze richtlijnen per leeftijdsgroep verdeeld. Het
artikel eindigt met een samenvatting van klinische
aandachtsgebieden en adviezen welke aandachtsgebieden er op
welke leeftijd zijn. Als de publicatie uit is zal deze via
het netwerk verspreid worden en waarschijnlijk ook via internet
beschikbaar zijn. Een Nederlandse vertaling wordt op korte
termijn beschikbaar gesteld en deze kunt u zelf gebruiken en
aan iedereen uitdelen die met uw kind te maken heeft.
De gegevens van de psychologische studie en de taalstudie
zijn als poster inmiddels op diverse congressen bekend
gemaakt en de uitwerking van de publicaties wordt op redelijk
korte termijn verwacht. Ook hierover blijft u op de hoogte.
Verdere studies zullen zich vooral op de oorzaak van het
syndroom richten. Verschillende chromosoomregio's, zijn in
verband gebracht met het Kabuki syndroom omdat kinderen met
diverse chromosoomafwijkingen kunnen lijken op een kind met
het Kabuki syndroom. Een definitieve ingang voor een bepaald
gen heeft dit voor zover wij weten nog niet opgeleverd.
Verfijndere technieken zoals subtelomeren studies en
comparatieve genomic hybridisatie (CGH) zijn volgende stappen
in het chromosoomonderzoek.
Medische zorg
Op de kinderleeftijd is het vooral de kinderarts die de
medische zorg rondom kinderen met een syndroom coördineert.
Hij of zij is een vaste persoon die de kinderen geregeld
ziet en die ook nagaat of de andere controles goed verlopen.
Andere controles kunnen bij de oogarts zijn, de KNO-arts, de
kindercardioloog, de kinderneuroloog, de fysiotherapeut, de
logopedist, de psycholoog of orthopedagoog, de revalidatie-arts,
etc. Ook kan de kinderarts verwijzen naar de
MEE (voorheen SPD) en
meedenken over het type onderwijs dat het best geschikt is voor
het kind.
Voor veel syndromen zijn inmiddels richtlijnen voor controles
beschikbaar: we noemen dit preventief management. Het meest
bekend en het langst in gebruik zijn de richtlijnen voor
kinderen met Down syndroom. Hierbij staat op elke leeftijd
van het kind welke controles overwogen moeten worden.
Richtlijnen zijn praktisch om niets over het hoofd te zien,
ze zijn echter niet bedoeld om zonder na te denken elk jaar
elke controle te doen die op het lijstje staan. Ouders en
kinderarts moeten hierover altijd blijven denken.
Punt van aandacht is de vervolgzorg als het kind te oud wordt
voor de kinderarts. Een goede opvolger is niet altijd
beschikbaar. De huisarts zou dit op zich kunnen nemen maar het
gaat vaak om zeldzame aandoeningen waar huisartsen weinig
ervaring mee hebben. De internist of de neuroloog is vaak
ook minder geschikt om de coördinerende zorg over te nemen.
Specialisten die deze taak wel kunnen verrichten zijn de
artsen voor verstandelijke gehandicapten (AVG). De AVG is
een nieuw type specialist waarvoor sinds enkele jaren een
opleiding bestaat. Deze artsen zijn vaak verbonden aan
intramurale instellingen maar kunnen ook consulten doen bij
huisartsen. Als uw kind niet meer bij de kinderarts terecht
kan, geven wij u als advies om met de kinderarts te overleggen
wie de vervolgcoördinatie op zich kan nemen. Als er geen
suggesties zijn voor iemand in uw regio dan kunt u contact
opnemen met het Kabuki netwerk en zullen wij iemand in uw
regio proberen te vinden.
Tot slot nog een advies voor als de persoon met Kabuki syndroom
ziek is of bepaalde klachten heeft: deze moeten altijd normaal
bekeken worden door de huisarts en/of de kinderarts. Het is
goed om na te gaan of er verband zou kunnen zijn met Kabuki
syndroom en bij twijfel kan contact met ons opgenomen worden.
Als verband met het syndroom niet aannemelijk is moet de persoon
'normaal' onderzocht en behandeld worden zoals alle mensen
zonder Kabuki syndroom.

NKS home page ||
Feiten over Kabuki ||
Naslag materiaal ||
Discussielijst
Gerelateerde pagina's ||
Professionele adviesraad ||
Over het NKS
Bedankt voor Uw bezoek
© 2003, Netwerk Kabuki Syndroom.
|