| |
Artikelen uit de nieuwsbrieven
Spraak en taal bij het Kabuki syndroom
Frans Faase
Nieuwsbrief nummer 6, april 2002
Als onderdeel van het gedragsonderzoek bij kinderen
met het Kabuki syndroom is ook gekeken naar de spraak en
de taal van de kinderen. Tijdens dit onderzoek zijn er
video-opnames gemaakt terwijl de kinderen uitgedaagd
werden om dingen te zeggen. Het afgelopen jaar zijn
T. Defloor, J. van Borsel en L. Curfs, verbonden
aan respectievelijk de Universiteit van Gent en de
Stichting Klinische Genetica, bezig geweest met de
analyse van dit materiaal. Tijdens de vijfde Kabukidag
gaf Mevr. T. Defloor een presentatie over de eerste
resultaten van de analyse van de spraak toegespitst
op de articulatie. Bij deze analyse werden de kenmerken
van de articulatie niet alleen bekeken op klankniveau
maar ook op lettergreep/klankgreepniveau.
Bij het onderzoek werd rekening gehouden met dialect invloeden.
Bestaande literatuur
Voordat aan het onderzoek begonnen werd, was er in de medische
literatuur weinig bekend over de spraak, en ook een uitgebreid
literatuuronderzoek bracht geen nieuwe feiten naar boven.
Het enige wat bekend was uit de
literatuur is dat de spraak vertraagd is, vaak onduidelijk,
soms nasaal, hees en/of laag. Ook werd er genoemd dat
de kinderen meer problemen hebben met het uiten van taal dan
met het begrijpen van taal. Er is maar één uitgebreid
onderzoek van één enkel kind bekend, maar dat gaf
weinig informatie of er van een bepaald spraakprofiel sprake is.
Articulatie bij het Kabuki syndroom
Van alle aspecten die bij spraak en taal onderzocht
kunnen worden, is men begonnen met het onderzoek naar
de articulatie. Aan het onderzoek hebben negen kinderen
meegedaan. Wat betreft de articulatie vielen er twee
kinderen af omdat ze te weinig spraak hadden. Bij de
kinderen kwamen afwijkingen aan het gehoor, het verhemelte
en het gebit voor. Het onderzoek werd gedaan met een
benoemingstest waarbij de kinderen afbeeldingen moesten
benoemen. Aan de hand van de video-opnames die gemaakt
werden, werd een fonetische transcriptie gemaakt. Dit
bestaat uit het opschrijven van de klanken (in een
fonetisch alfabet) die door het kind werden uitgesproken.
De gemiddelde leeftijd van de zeven kinderen was acht jaar.
klinkers en medeklinkers
Kijkend naar welke klanken de kinderen maakten, bleek
dat maar één kind één bepaalde
klinker echt niet kon uitspreken.
Er waren drie kinderen die een aantal (twee of drie)
medeklinkers niet konden uitspreken. Terwijl de kinderen
de meeste klanken van onze taal konden voortbrengen,
werden er toch veel fouten gemaakt. Bij ongeveer 30% van
alle klanken die voortgebracht werden, werden fouten gehoord.
Er werden duidelijk meer fouten met de medeklinkers dan
met de klinkers gemaakt. (Er was een kind dat 19 van
de 21 medeklinkers verkeerd uitsprak.) De medeklinkers
r, v, s, z en g vormden het grootste probleem.
Over het algemeen waren vooral medeklinkers die uit een
schuringsgeluid bestaan (zoals bij s of g), moeilijk.
Ook medeklinkers waarbij de tong net achter de bovenste
tandenrij moet geplaatst worden, gaven problemen.
Zo spraken vier van de zeven kinderen sommige klanken
uit met de tong tussen de tanden.
Het laten trillen van de klank r was ook moeilijk.
Ook hadden de kinderen de neiging om stemhebbende
medeklinkers (v, z, d, b) als stemloos (f, s, t, p)
uit te spreken.
Op één kind na hadden alle kinderen een iets nasale
klank. Hierbij ontsnapt er tijdens het spreken lucht via de neus
daar waar dit niet hoort. Omgekeerd ging er bij twee kinderen ook
te weinig lucht via de neus daar waar dit wel moet; dit is bij het
maken van de klanken m en n. Deze kinderen sloten te weinig de
lippen bij de m en de n, zodat er lucht via de mond ontsnapte in
plaats van volledig door de neus te gaan.
Wat betreft de fouten die er werden gemaakt bij
de uitspraak van de klinkers en de dubbelklanken,
kon er geen duidelijk patroon herkend worden.
Soorten van fouten
'Bij het maken van klanken kunnen verschillende soorten
fouten optreden. De fouten die bij de kinderen gevonden
werden, waren: vervormingen (47%), vervanging van een
klank door een ander klank (28%), het weg laten
van een klank (22%) en het toevoegen van een klank (3%).
Het viel ook op dat medeklinkers vooral op het einde van een
woord weggelaten werden (b.v. 'appel' wordt dan 'appe'), of
ook wanneer meerdere medeklinkers na elkaar komen in een
woord (b.v. 'worst' wordt dan 'wos').
Samenvatting
Alle kinderen hadden articulatieproblemen in een mate
die normaal niet bij kinderen van hun leeftijd gezien worden.
Normaal gezien kan 75% van de kinderen alle klinkers foutloos
uitspreken als ze drie jaar zijn, en een half jaar later spreekt
ook 75% van de kinderen alle medeklinkers correct uit.
Het leek wel dat de kinderen beter 'konden' articuleren dan
dat zij gemiddeld 'deden'. Dit is misschien een ingang om hun
uitspraak middels logopedie te verbeteren.
Toekomst
De resultaten van de studie naar de articulatie lieten ook
zien dat de kinderen bepaalde processen vertoonden waarmee
woorden systematisch vereenvoudigd werden (zogenaamde
'fonologische processen'). Men zal nog nagaan in welke mate
deze processen bij de kinderen voorkwamen. Hierna kan men
starten met het schrijven van een wetenschappelijk artikel.
Het onderzoek naar de articulatie wordt gevolgd door een
studie naar bepaalde aspecten van de taal van de kinderen.
Vanaf oktober worden hiertoe de eerste stappen ondernomen.
Men denkt ook aan een onderzoek naar de eigenschappen van
de stem (zoals bijvoorbeeld de toonhoogte) en aan een
enquête gericht aan de ouders. De eerder gemaakte
audio-opnames zullen hierbij ook weer gebruikt worden.
In oktober hoopt men ook te beginnen met de zogenaamde
orthografische transcriptie. Dit is de eerste stap in
de analyse van het taal gebruik. Daarnaast zal ook
het videomateriaal gebruikt worden voor een onderzoek
naar de eigenschappen van de stem, zoals bijvoorbeeld
de toonhoogte. Ook denkt men over een enquete voor
de ouders.
Vragen en antwoorden
Na afloop van de presentatie werden een aantal
vragen gesteld. Er werd gevraagd of je met logopedie
de hypotonie kunt verminderen of wegnemen. Hierop werd
geantwoord dat je tot op zekere hoogte kan compenseren,
maar dat logopedie nooit de lichamelijke obstakels kan
wegnemen. Er werd opgemerkt dat logopedie ook een negatief
effect kan hebben, en dat men situaties waarbij het kind
overbelast wordt of waarbij de grenzen van het kind
overschreden worden, beter vermijdt.
Er werd ook gevraagd of men bij het articulatie-onderzoek
ook dacht aan factoren als leeftijd, intelligentie en
lichaamlijke afwijkingen (gehoor, gehemelte, gebit en
hypotonie).
Hierop werd geantwoord dat mogelijke relaties inderdaad
niet uitgesloten zijn, maar dat men in de eerste
plaats aanwezige spraak- en taalproblemen moet beschrijven,
alvorens deze te (kunnen) koppelen aan de intelligentie en
de medische/lichaamlijke problemen. Ook werd beaamd dat
vervolgonderzoeken van de kinderen zeker aangewezen zijn.
Verantwoording
De auteur bedankt Mevr. Defloor voor haar
hulp bij de totstandkoming van dit artikel.

NKS home page ||
Feiten over Kabuki ||
Naslag materiaal ||
Discussielijst
Gerelateerde pagina's ||
Professionele adviesraad ||
Over het NKS
Bedankt voor Uw bezoek
© 2003, Netwerk Kabuki Syndroom.
|